29-05-26 Theatermaker en acteur Kim Zeevalk zet in Tegen elk aannemelijk bod een dapper portret neer. Ze speelt een vrouw die eerst stevig op je zenuwen werkt vóórdat haar onderliggende pijn voelbaar wordt gemaakt.
Als je als theatermaker een voorstelling maakt over een personage dat sociaal onhandig is, en daardoor in een staat van isolatie terecht is gekomen, brengt dat een dilemma met zich mee. Maak je het gebrek aan sociale vaardigheden vooral grappig, om het hoofdpersonage ontwapenend te maken? Of laat je het onvermogen van het personage voluit zien, en riskeer je zo de sympathie van het publiek te verliezen?
Kim Zeevalk kiest in Tegen elk aannemelijk bod voor dat laatste. We ontmoeten hoofdpersonage Meike (Zeevalk zelf) in een rommelige woonkamer, waar een IKEA-boekenkast in aanbouw staat. Ze heeft zich net gerealiseerd dat er een onderdeel ontbreekt, en omdat ze de kast op Marktplaats heeft aangeboden, belt ze de persoon die de kast zou komen ophalen om iets later langs te komen.
Meteen wordt duidelijk waarom ze in een isolement zit: Meike is het soort persoon dat van een eenvoudige vraag een voicebericht van vijf minuten maakt, omdat ze doodsbang is om iemand op welke manier dan ook voor de voeten te lopen. Haar constante zelfwegcijfering heeft het tegenovergestelde effect van wat ze beoogt: na een paar minuten in haar aanwezigheid wil je zo hard mogelijk wegrennen. Meerdere toeschouwers verlaten dan ook voor het einde van de voorstelling de zaal.
In de gesprekken die Meike vervolgens met de IKEA-klantenservice voert over het missende boutje komen dezelfde mechanismes terug: ze is zo wanhopig op zoek naar menselijk contact dat ze ook met de arme helpdeskmedewerkers een vriendschap probeert te beginnen.
Pas als een van de IKEA-werknemers in het systeem op iets stuit dat de werkelijke diepte van Meikes eenzaamheid blootlegt, begin je sympathie voor haar op te vatten. Zeevalk speelt het moment prachtig uit: uit pure schaamte begraaft ze zichzelf kronkelend onder een berg IKEA-tassen terwijl ze haar daden probeert te rechtvaardigen. Een andere scenografische ingreep aan het slot onderstreept hetzelfde idee: Meike wordt letterlijk door haar zelfverachting verzwolgen.
Zeevalk biedt zo een eerlijke, en daarmee ook zeer dappere weergave van de vicieuze cirkel waarin mensen als Meike terechtkomen: een put van afwijzing die leidt tot zelfhaat die leidt tot zelfondermijning die leidt tot nog meer afwijzing. Tegen elk aannemelijk bod durft het aan om het gedrag van Meike daarbij niet mooier te maken dan het is, en raakt daarmee sterker de kern van eenzaamheidsproblematiek dan voorstellingen die een sentimentele insteek kiezen.