28-05-26 Ook deze jubileumeditie is Karavaan geen festival voor perfect gepolijste voorstellingen. Maar de welwillende theaterliefhebber wordt ruimschoots bediend met avontuurlijk locatietheater in de wijde polder.
De modder geeft, de modder neemt. In de lage, natte polder bij het Noord-Hollandse dorpje Hoogwoud ploegen twee broers en een zus zich na de dood van hun vader door de klei. Tijd om te rouwen is er niet: schulden stapelen zich op, vee sterft, er liggen kapers op de loer. Meningsverschillen over de aangekondigde ruilverkaveling drijven hen definitief uiteen.
Het locatietheaterseizoen wordt eind mei traditiegetrouw afgetrapt met Festival Karavaan, dat al tien jaar de prachtige omgeving in het noorden van Noord-Holland afspeurt voor bijzondere voorstellingen. Bezoekers zitten daarbij regelmatig in stinkende stallen of op uitgestrekte akkers, bij theater waarin de verbondenheid tussen de boer en zijn grond centraal staat, en de botsing tussen traditie en vernieuwing voor conflict zorgt.
Ook elders in het land is dit al jaren een dankbare thematiek, zoals bij publiekstrekker Hanna van Hendrik (2019) in Twente: ook een boerendrama dat zich afspeelde tegen de achtergrond van de ruilverkaveling.
Inhoudelijk voegt de speciaal gemaakte jubileumvoorstelling Dit verdronken land, naar het gelijknamige boek van Renske Jonkman, dan ook niet veel toe. De personages nemen voorspelbare standpunten in, en het verloop laat zich raden. In geforceerde referenties wordt het boerendrama soms ten overvloede naar het nu getrokken.
Gelukkig staat daar een bijzonder rijk muzikaal idioom tegenover, met prachtige meerstemmige koorzang en veel originele vondsten, zoals een schuldeiser die wordt vertolkt door klarinettist Poppie-Joy Gillett, die met onheilspellend diepe klanken de dreiging invoelbaarder maakt dan taal zou doen. Ook sterk is hoe Erik van der Horst, als opportunistische bepleiter van de ruilverkaveling, de boerenfamilie bespeelt, door steevast meer woorden in het metrum weg te moffelen dan past.
‘Het is zo fijn agrariër te zijn’, zingt de cast bij aanvang van het drama. Daarin echoën de beroemde woorden uit Happy Days van Samuel Beckett, die 35 kilometer verderop in een zandafgraving bij Castricum klinken: ‘Dit is een gelukkige dag, dit zal een gelukkige dag zijn.’

Sanne Peper
Ze worden uitgesproken door Winnie, die tot haar middel, en later zelfs tot haar nek, vastzit in een grote berg zand. Haar verpletterende uitzichtloosheid pareert ze door optimistisch haar leven te blijven bejubelen.
Happy Days voltrekt zich in handen van theatergroep Dood Paard in recordtempo. Manja Topper speelt Winnie vooral gejaagd, met veel harde uithalen. Achter haar verbetenheid schuilt soms ineens diepe angst: met haar geweldige mimiek transformeert Topper in een seconde van woedende vrouw naar een angstig, klein meisje in een veel te grote, redeloze wereld.
Om haar heen scharrelt haar man Willie, fascinerend vertolkt door mimespeler Marien Jongewaard. Hij lijkt zijn verzet te hebben opgegeven, maar nog te wachten op de berusting die daar mogelijk op volgt: blijkbaar zit daar nog een verontrustende ruimte tussen. Achter zijn oude kop gloort behalve een dieptreurige weemoed ook balsturigheid: de oprechtheid van zijn toenaderingspogingen naar Winnie is door zijn fysiek omslachtige, groteske spel te betwisten.
Ondertussen gaat er door het hoge tempo ook veel van Becketts rijke poëzie verloren. De uitgerekte lengte van het repetitieve, statische Happy Days, waar je als toeschouwer zelf soms ook wanhopig door raakt, draagt sterk bij aan de zeggingskracht van het stuk – die in deze ingedikte enscenering toch beperkt bleef.
Zo is Karavaan ook deze jubileumeditie geen festival voor perfect gepolijst theater. Maar de welwillende theaterliefhebber met een voorliefde voor experimentele voorstellingen, wordt ruimschoots bediend.
Daarnaast staat het festival garant voor een flinke waaier aan toegankelijk locatietheater dat de toeschouwer in de eerste plaats wil vermaken. Ook dit jaar is er volop vrolijkmakend werk van vaste Karavaangezichten, zoals muziektheatergroep Bot, De Leedbewakers of het jonge theatercollectief Absoluut.

Maurice Gemmeke
Die laatste heeft met Dixi een potentieel festivalhitje te pakken. Deze magisch realistische, pretentieloze slapsticksnack voert het publiek via een mobiel toilettenblok naar een wonderlijke wereld van verwassen mijnwerkers en rioolmonsters. Onvermoeibaar verrassen de vijf spelers met baldadige houtje-touwtjestunts en origineel fysiek spel. Zo sturen ze je met een grote glimlach terug die verontrustende buitenwereld in. Het wordt een gelukkige dag.