In wat zij zelf het ‘voorlopige magnum opus’ noemen, herneemt Collectief Blauwdruk hun drie radicale Vondelbewerkingen. Het resultaat, dat dit weekend in première ging op Festival Karavaan, is een duikvlucht door de geschiedenis van de mensheid: van Adam en Eva tot het einde der tijden.

Een Privilege Trilogie speelt zich af rondom de ruïne van kasteel Egmond, naast de kerk in Egmond aan de Hoef. Het eerste deel wordt op een open plek gespeeld, omrand door bomen; het tweede deel speelt zich af vanaf het bezoekerscentrum met zicht op de ruïne; het derde deel – het is inmiddels donker geworden – wordt gespeeld op en om een vlot in het water, erachter de ruïne, onder een prachtige halve maan. De privileges van de westerse mens worden in deze sprookjesachtige omgeving stevig onderuitgehaald.

Fotograaf: Tibor Dieters

Het begint bij het begin. Paradijs aan het einde. Een clusterfucking oorsprongssprookje van Bijbelse proporties, oorspronkelijk gemaakt in 2023, is een zeer vrije bewerking van Vondels Adam in Ballingschap. We worden ontvangen als ‘hooggeëerd en ook nog niet gecreëerd publiek’: we bestaan namelijk nog niet. Alleen Adam en Eva en wat engelen dartelen rond in wat zij het paradijs noemen: dor grasland met her en der wat hooibalen.

‘Of ze vanavond grassprietsoep of grassprietburger eten?’ vraagt Eva. Ze heeft zojuist in het geniep een appel geplukt van de boom. ‘Yes, you can!’ had de slang haar ingefluisterd. Ze moet hem uiteindelijk wel laten zien: een prachtige, sappige, ronde appel. Verbijsterd kijken de anderen toe: zoiets moois! Zoiets verbodens! ‘To eat or not to eat’, mompelt ze zachtjes.

Wie de appel opeet, mag in zeven dagen de wereld scheppen, heeft de slang verteld. Wat een mogelijkheden openbaren zich! Maar de begeerte leidt tot afgunst en foute gedachten. Eva ontpopt zich als een heerszuchtige leider, maar ook de anderen blijken geenszins gespeend van kwalijke eigenschappen. Het gekoesterde paradijs blijkt een illusie en het geloof in een maakbare toekomst leidt tot een verwoestende concurrentiestrijd en knokpartijen. Er wordt heerlijk toneel gespeeld: Romijn Scholten blinkt uit als de schlemielige Rafaël en Dinda Provily als de ‘mansplainende’ Eva.

Het is hilarisch en raak. Zowel het kleinmenselijke – de gekwetste gevoelens van het individu – als de grote problemen van de wereld – de megalomane neiging tot zelfverrijking, de managerscultuur, de polarisatie – komen in deze zedenschets over het begin van alles al uitbundig aan de orde.

Kenmerkend voor Blauwdruks voorstellingen is het barokke taalgebruik, doorspekt met (vooral) Engels, maar afhankelijk van het origineel, ook vol nep-Latijn of Duits. Het is een futuristisch idioom vol geestige vondsten en rake metaforen, een heerlijk eigen brouwsel van ritmisch en soms rijmend jargon.

Fotograaf: Tibor Dieters

Recht op de hemel uit 2021 is een bewerking van Vondels Lucifer. We bevinden ons in het nu, 22 mei 2026, in Alkmaria. God is dood en de engelen zijn pardoes op aarde gevallen. Op een zandhoop torent kroonprins Lucifer (opnieuw Romijn Scholten) voorlopig nog hoog boven de andere engelen uit. Na deze hemelschokkende gebeurtenis ontspint zich opnieuw een machtsstrijd tussen de ooit zo geprivilegieerde engelen, inmiddels de ‘voormalig gevleugelden’ genaamd. Gelijkstelling aan de mens dreigt, oh gruwel: ‘Godverdominus, holy moly’.

Het is een heerlijke satire, waarin Belzebub, voorzien van een kettingzaag trots komt vertellen dat hij een half dorp heeft uitgeroeid. Daarna wordt hij hard gestraft: met nog maar een halve lendendoek komt hij aangestrompeld. Hij wordt tot zijn grote verdriet omgedoopt tot Benny.

Opnieuw gaat het om grote thema’s: angst voor het verlies van privileges, onderdrukking, identiteit, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid. Het publiek wordt geregeld aangesproken wanneer het gaat over de angst van de ‘voormalig gevleugelden’ om net zo onmachtig en klein te worden als de mens. ‘Kijk naar die mensen daar op de tribune’, zeggen ze met de nodige huiver.

Ten slotte speelt Blauwdruk Ik hoop op zegen. Een endgame van de zee in één bedrijf uit 2020, naar Vondels beroemdste stuk, Gijsbrecht van Amstel. Dit deel speelt zich af in de toekomst. Het is 2126. ‘Na jaren fightings tegen meer, rivier en zee, heeft ondanks dijken, dammen, reddingsplannen, ons Pays-de-bas deels moeten wijken voor het water. Het einzige dat droge poten hield: Ons eigen Alkmaars prachtcité.’

Dit deel speelt zich helemaal af in het water. Vanaf een drijvend vlot wil burgemeester Gijsbrecht zijn volk niet in de steek laten, zelfs niet als hij hulp krijgt aangeboden van de Duitsers. Het is spectaculair theater: voortdurend vallen of springen personages in het water of komen er onverwachte hulptroepen uit het ruim zetten. Badeloch, de heer (!) gemaal van Gijsbrecht, is bezig met een pannetje het ruim leeg te scheppen. Maar de bode komt vertellen: ‘Est is so weit, het is passé Geen wonder kan ons redden meer De letzte dikings zijn gesprongen. Heel Holland Facked.’