24-05-26 ‘Female. Solo’: dat is de sobere regieaanwijzing van Samuel Beckett voor Happy Days (1961). Maar er is meer: de vrouw, Winnie, zit gevangen in een berg zand, eerst tot aan haar middel, later tot aan haar hoofd. Een onverbiddelijk beeld, en kijk, daar zit de Winnie van Manja Topper gevangen tijdens Festival Karavaan in een berg zand op locatie, buiten, bij het Greversduin in Castricum, Noord-Holland.
Het is de meest letterlijke entourage die je je kunt voorstellen. Geen gouden jurk, zoals in 2009 bij Leny Breederveld in De Toneelschuur, evenmin een betonnen blok zoals een jaar eerder in het Holland Festival met actrice Fiona Shaw of onlangs nog een soort geel, abstract matras waarin Antoinette Jelgersma gevangen zat. Die rauwheid van het échte zand maakt deze nieuwe Happy Daysdoor gezelschap Dood Paard opmerkelijk. Ook is opmerkelijk dat de oorspronkelijke twee bedrijven tot één geheel zijn samengevoegd en het stuk behoorlijk rigide is ingekort, tot ongeveer een uur.
De ingegraven Winnie is niet alleen. Allereerst koestert ze de schatkist van haar zwarte tas, waaruit ze tal van benodigdheden neemt die haar dag ‘gelukkig’ maken: een tandenborstel, nagelvijl, spiegeltje, zelfs een revolver, een Browny zoals ze vol trots vaststelt. Liefdevol kust ze de tas, die haar redding en houvast vormt. De parasol die ze tegen de zon opzet, valt in rafels uiteen.
Aan de rand van de zandberg scharrelt mimespeler Marien Jongewaard als haar man Willie. Met zijn lange elastische gestalte, gekleed in het wit, is hij een fascinerende aanwezigheid: hij slaapt en is als halfdood, maar op cruciale momenten, zoals wanneer hij Winnie een kus wil geven, zwiert hij onnavolgbaar rond de berg, klautert erop, glijdt weer weg. Hun liefde lijkt eeuwenoud, maar telkens bloeit ze op. Ook zingt hij, croonend, rauw, de blues mee in een song over ‘you are my husband’.
De overgang van het ene bedrijf naar het andere gebeurt ingenieus, maar er zit een nadeel aan: de schok is minder. Van eerdere voorstellingen herinner ik me na de pauze de heftigheid waarmee Winnie dieper is weggezakt, bijna noodlottig met alleen haar hoofd zichtbaar. Je voelde de pijn van een naderend, niet verder benoemd einde. Dat verrassingseffect is weg.
Toppers Winnie is heftig en geladen, haar stem schiet regelmatig de hoge registers in, zodat die schel en snijdend door de ruimte schalt. Prachtig is haar weergave van het echtpaar Shower (of heten ze Cooker?). Ze imiteert de ruzie die Mr. en Mrs. hebben. Het is het laatste echtpaar dat zij ziet en hiermee beklemtoont ze dat zij misschien wel de laatst levende op aarde is.
De woede om haar lot verhult ze aanvankelijk met ongekende monterheid en vrolijk-tedere woorden jegens Willie, maar nu in de ruzieachtige sfeer tussen meneer en mevrouw verandert haar toon. Briljant is de mimiek van Topper: ze tuurt naar het puntje van haar neus, naar haar de wenkbrauwen, ze steekt haar tong uit. Haar ogen bewegen mee.
De sfeer in het tweede deel is kil en eenzaam; weg zijn de attributen die haar eerst nog konden redden, weg is Willie ook. Er valt ondanks de zonsondergang grauwig licht over haar heen. Toch mist dit laatste, ernstig bekorte deel de opgetogen intensiteit van het eerste; het lijkt alsof de tekst geen spanning meer heeft en alsof de zinnen in losse stukken uiteenvallen in plaats van dat ze een duidelijke muzikale lijn vormen. Het slot komt onverwacht, en te snel. Op een bepaalde manier is deze Happy Days onaf, alsof het gezelschap de kern nét niet weet te raken.