26-05-26 ‘Ben ik in de verkeerde tijd geboren?’ vraagt Anna van Saksen zich aan het begin van Anna an Sich af. De tweede echtgenote van Willem van Oranje staat in ons collectief geheugen als opstandig, eigenwijs, onhandelbaar, krankzinnig (ze had een eigen mening). Op Festival Karavaan breekt ze uit dat narratief. Willem van Oranje de vader des vaderlands? Dan zij toch zeker wel de Mutti des vaderlands!
De laatste tijd krijgen in meerdere voorstellingen de verhalen van historisch belangrijke vrouwen de gelaagdheid die ze lange tijd ontbeerden. Van Aletta Jacobs tot Truuj Bolwater eisten recent onze aandacht op, terwijl ze ondertussen fijntjes kritiek leverden op de huidige tijd, waarin verworven vrouwenrechten pijnlijk genoeg weer vaker onder druk staan. Ook Anna an Sich voegt zich in die trend.
De voorstelling speelt in een oude schuilkerk in de binnenstad van Alkmaar. Terwijl publiek plaatsneemt op de kerkbanken, staat Anna van Saksen (Fiep Mulderije) met haar rug richting toeschouwer. Theaterschrijver Sem Anne van Dijk laat haar expliciet de dialoog aangaan met God, die Anna over de speakers bevraagt en terechtwijst.
Zo ontvouwt zich in kleine blokjes haar levensloop: van haar huwelijk met Willem van Oranje in 1561 (ze was zestien), dat door hem vooral om strategische redenen (ze was flink vermogend) werd gesloten, tot het moment dat ze haar opsloten in een ruimte zonder ramen, waar ze uiteindelijk in 1577 stierf, op 32-jarige leeftijd.
Die geschiedenis neemt relatief veel tijd in beslag, maar is in dramatisch opzicht niet het interessantste aspect van deze monoloog. Lange tijd is het zoeken naar wat er voor het personage in het hier en nu op het spel staat, waarom ze haar verhaal op dit moment en op deze manier vertelt. Ondanks het ingeleefde en vaak geagiteerde spel van Mulderije, is het zoeken naar urgentie. Een aantal losse verwijzingen naar het heden voelt vooral geforceerd.
Regisseur Agnes Laura Kumpina, die eerder dit seizoen het prachtige, beeldende Cabaret Siberia maakte, koos voor een theatertaal die opvallend dienstbaar is aan de tekst. Mulderij moet volop heen en weer rennen en haar emoties vinden doorgaans met veel kracht hun weg naar buiten. Dat levert niet altijd de meest interessante kijkervaring op.
Pas tegen het einde, als de geschiedenis is uitverteld en Anna van Saksen zich wel tot haar realiteit moet verhouden, krijgt het personages diepere lagen en wordt Anna an Sich echt interessant. In een bevlogen slotmonoloog sluit ze vrede met zichzelf. Ze keert zich definitief af van God, waardoor ze ook zelf alle verantwoordelijkheid voor haar daden moet nemen. Ze geeft toe dat ze bang is. ‘Ik ben een emotionele vrouw’, roept ze.
Het zal nog wel even duren voordat deze moeder des vaderlands haar eigen standbeelden, straatnamen en grootschalige musicalproducties krijgt, maar dit intieme theaterkleinood, waar hopelijk nog aan doorgewerkt wordt, is vast een begin.