26-05-26 Wees voorbereid, zingt Len Lucieer vanuit een krakkemikkige bouwkeet op een verlaten veldje. Daar heeft een angstig drietal zich verschanst, waakzaam voor onheil dat van alle kanten op hen af dreigt te komen. Pottenkijkers kunnen ze niet gebruiken: een nieuwsgierige toerist wordt bij aanvang direct met gifpijltjes en wildvallen verzwolgen.
In de nieuwe zomervoorstelling Noodkeet, die De Leedbewakers maakten bij Vis à Vis, volgen we de dagelijkse routines van drie aandoenlijke, doorgeslagen doomsday-preppers, die bewapend met een vuistdikke survivalgids hun zelfvoorzienend habitatje allengs uitbreiden. De dag bestaat uit koddige wasrituelen en gedisciplineerde krachttrainingen. Het geluk is groot als er grondwater gevonden wordt, dat via een bij elkaar geraapte houtjetouwtje-constructie opgepompt wordt.
Maar geluk is nooit van lange duur in de angstige realiteit van preppers. De onmiskenbare tragiek is natuurlijk dat ze uit angst voor onheil, vooral druk bezig zijn hun eigen ongeluk te organiseren: deze mensen vormen in eerste instantie hun eigen gevaar. Tegelijkertijd is het altijd makkelijk om over anderen te oordelen, en is het een stuk lastiger je eigen irrationele angsten te traceren. Doordat spelers Maurits van den Berg, Lisa Groothof en Len Lucieer deze mensen, die misschien eenvoudig belachelijk te maken zijn, behalve met humor ook met mededogen vertolken, zet Noodkeet ook aan tot mildheid.
Want hoewel ze zonder meer zijn doorgeslagen, is de oorsprong van hun angsten allesbehalve onvoorstelbaar: er dreigen oorlogen en natuurrampen, er zullen vroeg of laat weer pandemieën uitbreken. ‘Wijs ons de weg’, zingt Lucieer, ‘als straks het water komt, het gevaar in de verte gromt, of als al het licht verdwijnt en de zon niet meer verschijnt’.
De Leedbewakers maken met Noodkeet luchtig fysiek onheilstheater voor de hele familie, vol fijne beeldende vondsten, geinige slapstick en mooie muziek. Hoewel de voorstelling logischerwijs op een anticlimax afstevent – er kómt geen apocalyps, het wachten erop is de eigenlijke ramp – speelt naar het einde de willekeur parten, waardoor de voorstelling toch wat gaat trekken. Maar laten we wel wezen: dat is ook weer geen ramp.